Olympische Verdeeldheid
De Olympische Spelen zijn een misplaatste viering van verdeeldheid
Door: Joost Ommekeer
Tijdens internationale
sportevenementen komen wij ogenschijnlijk samen als mensen van over
onze hele wereld – om vervolgens allen vol trots ons eigen liedje
te zingen en 'onze eiggen sporters' aan te moedigen en te bejubelen.
Wereldburgerschap smelt als sneeuw voor de zon op de Olympische
Winterspelen in Italië, waar we onszelf weer eens vol trots
presenteren als inwoners van een Hokje. Van een PUZZELSTUKJE!
Al
voel ook ik meer spanning wanneer het mijn landgenoten betreft en ben
ook ik geïnfecteerd raakt met het virus dat nationalisme heet – en
wat ons als mensheid voorgoed verdeeld houdt.
Of is dat soms
de bedoeling van deze of gene? Om als wereldbevolking dom en koest te
houden, waarbij we dan helaas tegenwoordig zelf zowel voor het brood
als voor de Spelen moeten betalen? Waarbij een kaartje op de tribune
enorm prijzig is? Dan was vroeger misschien toch inderdaad alles
beter, toen werden we tenminste in de maling genomen terwijl we iets
toe kregen, nu moeten we er nota bene ook nog eens zelf voor lappen
(lol).
Maar we raken ook zelf verknocht aan 'ons land', naast
dat we allen ook worden opgevoed en raken gesocialiseerd naar de
culturele normen en waarden van een bepaald land. Nationale trots is
dus ook iets menselijks en hoeft op zich niet het gevoel van mens
zijn op aarde in de weg te staan. Verschillen zijn ook reëel en soms
gigantisch en we spreken allemaal een andere taal.
Maar er zijn ook overeenkomsten. Mijn
vrees is, dat die buiten beeld blijven aan de ene kant, terwijl ze er
zó dik bovenop liggen dat we ze over het hoofd zien aan de andere
kant. En we 'wrijven ons niet voldoende in' dat als we moeder aarde
zouden beschouwen als ons aller vaderland, er dan nooit meer iemand
afkomstig is uit het buitenland. En dan zijn we mooi van dat stomme
begrip 'buitenlander' af.
We zijn gewoon allemaal mensen, punt.
